Wat is de reden dat de het volk Israël voortdurend lijdt?
Gedenkteken 1: Voor hen die er niet mogen zijn
Deze vraag werd voor ons tastbaar tijdens het lopen van het Westerborkpad, een langeafstandswandelpad van Amsterdam naar kamp Westerbork. Dit pad volgt de spoorlijn waarlangs Joden tijdens de oorlog werden gedeporteerd. Voor hen misschien toen nog onbewust, maar voor ons was het de wandeling langs de route van de dood.
Gedenkteken 2: Voor hen die er niet meer zijn
Langs het Westerborkpad zijn QR-codes geplaatst met luisterberichten over (onder andere) de onderduikers. Het horen van deze verhalen maakt de pijn van het verleden voelbaar. Zo hoorden we verhalen over mensen die onderduikers in hun huis namen omdat ze dachten, daar financieel van te kunnen profiteren. Het bezoek langs de Joodse begraafplaats heeft ook veel indruk op ons gemaakt. Zo stonden we bij het graf van een moeder die tijdens het onderduiken de gescheidenheid van haar kinderen niet aankon. De moeder bleef door het gemis haar kinderen bezoeken. De ondergrondse vond dat ze daardoor het leven van andere onderduikers in gevaar bracht en heeft de keuze gemaakt om haar te doden. Zij is één van de velen die er niet meer zijn.
Gedenkteken 3: Voor hen die er nog zijn door niet te zijn
Voor de onderduikers die het overleefden, is er een blijvende pijn: de paradox van zijn en niet-zijn. Hun bestaan was alleen mogelijk door te doen alsof ze niet bestonden. Identiteit, naam, familie en geloof moesten worden ingeleverd en vervangen door een nieuwe identiteit. Deze nieuwe identiteit moest worden ingeprent om te kunnen blijven bestaan [1]. Bij het verscholen dorp werd duidelijk wat het verschuilen betekende voor kinderen. Onderduikkinderen mochten niet rondrennen en gillen. Hun leven hing af van hun uiterste voorzichtigheid want de kans dat hun bestaan ontdekt werd, hing als een dreigende wolk boven hen.
Herinneren: De Naam
Opgejaagd door Saul moet David ook onderduiken. Hij zoekt dekking in de spelonk van Adullam (1 Samuel 22:1):
“Toen ging David vandaar en ontkwam in de spelonk van Adullam”
In de spelonk houdt David zijn adem in, biddend tot God (Psalm 57 en 142). Saul is nabij en hierdoor staat zijn leven op het spel (1 Samuel 24:4). David mag er niet zijn omdat hij door God uitverkoren en gezalfd is tot Messiaanse koning van Israël. En waarom mag het volk Israël er niet zijn? De wereld wil de Naam van de God van Israël uitroeien. Het Messiaanse volk, door God verkoren om zijn naam te dragen, mag er daarom niet meer zijn. Vanwege het dragen van de Naam lijdt Israël pijn.
הַטּוֹב
Het Goede,
Gert Jan
[1] Ziporah Valkhoff, Leven in een niet-bestaan: Beleven en betekenis van de joodse onderduik (Utrecht: Stichting ICODO, 1992). 20–43.
Titelfoto: G. Lanting, Verscholen dorp, 2017, CC BY 4.0.





