Hoe krijg ik een gesprek over mijn zielenpijn?
Ik heb gemerkt dat het voeren van zo’n gesprek allesbehalve vanzelfsprekend is.
Gesprekspunt 1: Opening
Het beginnen van zo’n gesprek lijkt eenvoudig. Regelmatig biedt iemand een opening met de standaardvraag: Hoe gaat het?
Om het gesprek richting pijn te laten gaan, zou het eerlijke antwoord zijn: slecht. Met dat antwoord heb ik een tijdlang geëxperimenteerd. De reacties die daarop volgden, vond ik veelzeggend. Sommige mensen hoorden eenvoudigweg niet dat ik iets anders zei dan goed. Zij gingen zo vanzelfsprekend uit van de sociale norm, dat mijn afwijkende antwoord niet eens tot hen doordrong.
Andere mensen schrokken juist. Ze voelden aan dat doorvragen hen zou kunnen vastzetten in een lang en ongemakkelijk gesprek. Dat wisten ze meestal te voorkomen met een sociale dooddoener: Vervelend om te horen, maar ik moet nu verder want ik heb een afspraak, sterkte hoor.
Deze situaties laten zien dat een opening voor een gesprek over zielenpijn niet vanzelfsprekend is.
Gesprekspunt 2: Afsluiting
Openheid over innerlijke pijn (naar onszelf en naar anderen) proberen we vaak te vermijden [1]. Daardoor kan een gesprek over pijn al worden afgesloten voordat het werkelijk is begonnen.
Ik zie daarin meerdere pijnpunten.
Ten eerste is het moeilijk om open te zijn naar onszelf. Zelf heb ik mijn pijn jarenlang weten te onderdrukken en op te sluiten in de kelder van mijn leven. Dat bespaarde me veel pijnlijke gevoelens en onbeantwoorde vragen. De prijs was echter hoog: ik verloor het echte contact met mezelf en daarmee ook met de mensen om mij heen.
Ten tweede is het moeilijk om open te zijn naar anderen. Mijn ervaring is dat veel mensen helemaal niet zitten te wachten op deze openheid. Zielenpijn verstoort de sociale balans. En omdat ik me sociaal toch al onzeker voel, trek ik me na zo’n sociale dooddoener snel terug in mijn eigen bunker.
Ten derde is het moeilijk om open te staan voor de pijn van de ander. In het pijnlijke gezicht van de ander zie ik iets van mezelf terug. Het is ongemakkelijk om opeens mijn eigen pijn onder ogen te moeten zien zeker op momenten waarop ik eigenlijk onbezorgd op een terras mijn eerste slok koffie wil nemen. Dan is een dooddoener snel uitgesproken.
Gesprekspunt 3: Kern
Omdat wij elkaar vaak het slechte voorbeeld geven als het gaat om openheid over innerlijke pijn, helpt het om te kijken hoe Jezus met Zijn eigen pijn omgaat:
- Hij is open over Zijn pijn.
- Hij vraagt de mensen om Hem heen om nabijheid en steun.
- Hij deelt Zijn pijn met een beperkte kring.
- Hij draagt Zijn pijn zelf en schuift die niet af op anderen.
- Hij wordt niet begrepen in Zijn pijn.
- Hij is teleurgesteld en gefrustreerd over Zijn naasten en is daar open over, zoals in Mattheüs 26:40:
“Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?”
Jezus laat zien hoe ik open kan zijn over mijn zielenpijn. Maar wanneer ik Hem daarin volg, betekent dat nog niet automatisch dat er ook een gesprek ontstaat.
בְּטִיחוּת
Veiligheid,
Gert Jan
[1] Larry Crabb, Van Binnenuit: Werkelijke verandering is mogelijk, vert. Andrea Blok/Evert. W. van der Poll (Driebergen: Navigator boeken, 1996), 88.
Titelfoto: Open door near white stair, Royalty Free photos.






2 reacties
Inderdaad een moeilijk probleem, maar mooi dat je Jezus als Voorbeeld noemt, Hij wist dat precies af te passen, om die fijngevoeligheid bidden we vaak..
Ja, dat is ook mijn ervaring met de sociale vraag: hoe gaat het?
Wie geeft daar nu eerlijk antwoord op? en open.
Trouwens ik zelf ook meestal niet, en open staan na die vraag is ook lastig soms.
Heel goed om dat te realiseren, en respectvoller er mee om te gaan, zowel naar je zelf als je naaste.