Titel:

Geschonken waardigheid

Wat maakt mij waardig en wat maakt mij minderwaardig? Het bestaan van minderwaardigheidsgevoelens laat zien dat deze vraag in de praktijk leeft.

 

Waardigheid 1: Door goddelijke verkiezing

De HEERE laat Zijn licht schijnen over waardigheid door in Deuteronomium 7:7 te motiveren waarom Hij met het volk Israël een verbond sluit en niet met één van de andere volken:

“HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.”

De HEERE verkiest het volk Israël niet vanwege bepaalde waardigheid in het volk zelf, of omdat de andere volken minderwaardig zouden zijn in Zijn ogen, maar Zijn liefde is de reden van Zijn verkiezing. Door deze uitverkiezing ontvangt Israël waardigheid: zoon van God (Exodus 4:22–23).

 

Waardigheid 2: Niet door menselijk aanzien

Israël is niet een volk van gewicht; het is namelijk niet groot. Als de waardigheid van Israël van grootte zou afhangen, dan zou het volk minderwaardig zijn. In sociale groepen worden aanzienlijke leden zichtbaar doordat ze op de eerste rij zitten (Lukas 11:43). Daarmee worden ook de minderwaardige leden van de groep zichtbaar, want die zitten op de achterste rij. Al is het in sociale groepen gebruikelijk om op basis van aanzien onderscheid te maken, Gods woord veroordeelt deze handelswijze (Jakobus 2:1–4).

Ik draag zelf ook de waardigheid van de titel van doctor in de natuurwetenschappen. Ik gebruik die titel niet graag in de sociale omgang, omdat mensen anders tegen me op gaan kijken. Ik voel mij niet geroepen om anderen een minderwaardigheidsgevoel te geven.

 

Waardigheid 3: Niet door menselijke prestaties

Het volk Israël ontleent zijn waardigheid ook niet aan zijn prestaties, omdat het op dat moment nog helemaal niets gepresteerd had. In de menselijke praktijk wordt vaak waardigheid toegekend aan prestaties. Wie het beste presteert, wordt geëerd als winnaar, terwijl de verliezer door de achterdeur vertrekt. De genadige God verkiest echter geen topkandidaten, maar gewone, nederige, alledaagse mensen. Deze uitverkiezing roept daarom emoties van verzet op [1]. Dit komt omdat de oorsprong van Gods uitverkiezing niet in onze kwaliteiten ligt, maar in God zelf. Dit is pijnlijk voor mijn ego. Ik laat mij graag voorstaan op wat ik ben, wat ik kan, wat ik weet, wat ik heb en wat ik doe. God zet daar een kruis door.

 

Waardigheid 4: Door goddelijke genade

De goddelijke genade maakt het hele systeem van waardigheid gebaseerd op ons aanzien en onze prestaties met de grond gelijk door het irrelevant te verklaren. Dit is pijnlijk voor de vooraanzittenden, maar voor mensen die zich minderwaardig voelen is dit een goede boodschap (1 Korinthe 1:26–28). Minderwaardigheid is een sociale waarheid die door de genade van God betekenisloos wordt. We hoeven ons niet minderwaardig te voelen door een gebrek aan aanzien, macht, geld of prestatie. Door Gods genade ontvangen we een geschonken waardigheid: kind van God (Johannes 1:12).

חֶסֶד

Goedertierenheid,

Gert Jan

 

[1] Tarry L. Johnson, Tijd voor genade, vert. Heleen Sytsma-van Loo (Barneveld: De Vuurbaak, 2006), 15–19, 35.

Titelfoto: Petr Kratochvil, Baby hand, CC0 1.0.

Foto van Gert Jan

Gert Jan

In deze blog worden verschillende snoeren van mijn leven samengevlochten tot een enkel snoer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht informatie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en ontvang een mailtje zodra er een nieuwe gedachte is gepubliceerd.

WordPress databasefout: [Table 'u415450453_XaVPh.wp_clarity_collect_events' doesn't exist]
SHOW FULL COLUMNS FROM `wp_clarity_collect_events`