Wie waren de mensen die meewerkten aan de holocaust? Er zijn verschillende overwegingen bij de context waarin dit soort daden plaatsvinden [1].
Overweging 1: Educatie
De daders zijn doodgewone mensen, gevormd in de moderne cultuur. Ze zijn opgevoed met de waarden van sociaal darwinisme. Volgens dit culturele kader ontstaat evolutie van de mensheid doordat menselijke soorten of rassen met elkaar de strijd om het bestaan voeren. Het superieure ras overleeft, inferieure soorten sterven uit. Vermenging van het superieure ras met het inferieure veroorzaakt degeneratie van het eerste, met uiteindelijk de ondergang van het superieur ras tot gevolg. Om het superieure ras te behouden, is de vernietiging van het inferieure ras gewettigd. Binnen deze culturele conditionering wordt de vernietiging van een inferieur ras voor doodgewone mensen vanzelfsprekend als uiterste oplossing om het eigen ras te redden.
Overweging 2: Autoriteit
De daders zijn doodgewone mensen van de moderne maatschappij. De samenleving is complex en hiërarchisch opgebouwd. Gehoorzaamheid aan autoriteit is vanzelfsprekend, terwijl eigen verantwoordelijkheid daaraan ondergeschikt is. Het opvolgen van voorschriften is veilig, want men kan dan naar de autoriteit verwijzen. Het niet opvolgen op basis van eigen overwegingen maakt kwetsbaar voor strafmaatregelen. Deze vanzelfsprekendheid om gezag te gehoorzamen brengt doodgewone mensen tot gedrag dat ze vanuit hun eigen verantwoordelijkheid nooit zouden vertonen.
Overweging 3: Groepsdruk
De daders zijn doodgewone mensen binnen een sociale groep. Binnen zo’n groep wordt druk uitgeoefend om gedrag aan de groepsnormen aan te passen. Iemand die om morele redenen niet meedoet, wordt als zwak en asociaal beschouwd. Om er niet buiten te vallen, doen doodgewone mensen binnen de groep dingen die ze als individu nooit zouden doen.
Overweging 4: Verantwoordelijkheid
Het doden in de holocaust is gedrag van doodgewone mensen, voortgebracht door opvoeding, autoriteit en sociale structuur. We kunnen ons daarom niet verontschuldigen door te zeggen dat het niet over ons soort mensen gaat. Dit gedrag is echter ook geen innerlijke noodzakelijkheid. Er waren mensen die hun individuele verantwoordelijkheid serieus namen en niet meededen. We kunnen ons dus ook niet verontschuldigen door te zeggen dat iedereen het in die situatie zou hebben gedaan. De holocaust laat zien hoe ik als doodgewoon mens in een modern systeem kan worden ingepast en daardoor mijn individuele verantwoordelijkheid niet neem. Daarvoor is geen verontschuldiging mogelijk.
Oordeel: Schuldig
Ik ben een doodgewoon modern mens. De holocaust toont mijn misdaden. Het gaat over mijn schuld. Voor mensen geldt het godsoordeel in Romeinen 3:15:
“Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;”
Dit stelt mij de vraag: waar was de mens in Auschwitz?
אֶמֶת
Waarheid,
Gert Jan
[1] Christopher Browning, Doodgewone mannen: Een vergeten hoofdstuk uit de jodenvervolging, vert. Tinke Davids (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1993), 197–233.
Titelfoto: Wolfmann, German police uniforms during Nazi Germany’s occupation of Norway in World War II 1940 – 1945, 2020, CC BY-SA 4.0.





