Wat moet ik met wraakgevoelens? Deze gevoelens kwamen in mij op en ik moest er iets mee.
Wraak 1: Het verlangen
De deur stond halfopen, in de deuropening verscheen een blik en een opgestoken vingertje; vervolgens werd ik badend in het zweet half wakker, mijn hand zoekend naar mijn geweer om een kogel door dat hoofd te jagen. Ik bezat helemaal geen wapen. Maar door deze droom besefte ik dat ik wraakgevoelens had. Daarom besloot ik geen lid te worden van een schietvereniging, om te voorkomen dat ik deze gevoelens ooit met een vuurwapen zou omzetten in een daad.
En onlangs was daar opeens een video. De zender was lid geworden van een schietvereniging. Stoer stond hij daar, met een koptelefoon op, zijn wapen op een doel richtend. Ik realiseerde mij opnieuw dat ik bewust geen lid was geworden van een schietvereniging. En dat had een heel goede reden.
Wraak 2: De voorbeelden
Er zijn te veel voorbeelden van mensen die hun wraakgedachten omzetten in geweervuur. Twee springen eruit.
1. De schietpartij in Erfurt: Tijdens een coachingstraject kreeg ik de opdracht een gedicht te schrijven. Ik vond het eerst bizar, want taal is mijn vijand. Toen ontstond het gedicht Erfurt:
Jij schoot
De dood
Dwars door de klas
Waaruit je pas
Verwijderd was
En tegen het massaal ‘waarom’?
Fluisterde ik mijn zacht ‘daarom’!
Kort na deze schietpartij las ik een uitleg van een psycholoog en realiseerde ik mij plotseling: ik begreep dit. Dat stond in schril contrast met al die mensen die niet begrijpend teddyberen en bloemen neerlegden met kaartjes waarop stond: Waarom?
2. De schietpartij in Alphen aan den Rijn: Ik pakte de laptop om iets voor onze dochter op te zoeken. Plotseling zat ik een live-uitzending van de schietpartij te bekijken. De dader was lid van een schietvereniging en had een wapenvergunning. Het resultaat daarvan maakte ik live mee. En via de laptop zat ik ineens naar mezelf te kijken.
Wraak 3: Het alternatief
Tegenover deze voorbeelden van wraak geeft Jezus een tegenovergesteld voorbeeld, zoals beschreven in 1 Petrus 2:19–23 [1]:
“Want dat is genade, indien iemand om het geweten voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte. Want wat lof is het, indien gij verdraagt, als gij zondigt, en daarover geslagen wordt? Maar indien gij verdraagt, als gij weldoet, en daarover lijdt, dat is genade bij God. Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen; Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt;”
Hij beantwoordde het onrecht dat Hem werd aangedaan niet met wraak, maar gaf het over, in de handen van de Rechter. Want de rechtvaardige God komt de wraak toe (Romeinen 12:19). Jezus navolgen betekent pijn lijden, zelf geen wraak uit te oefenen, maar daarvan af te zien. Dat kan alleen door genade.
חֶסֶד
Goedertierenheid,
Gert Jan
[1] Andrew Murray, Als Jezus: Overdenkingen over het beeld van Gods Zoon en onze gelijkvormigheid aan Hem (Den Haag: Gazon, 2002), 31–35.
Titelfoto: Karola G, Vasthouden wapen pistool geweer, 2020, Pexels licentie.





