Titel:

Platvloers kwaad

Hoe reflecteert de hoofdverantwoordelijke van de Holocaust op zijn gedrag?
Deze vraag houdt ons een spiegel voor bij onze eigen zelfreflectie.

 

Kwaad 1: Efficiënt

Met deze hoofdverantwoordelijke bedoel ik Adolf Eichmann. Hij werd in 1961 in Jeruzalem berecht voor zijn rol in de Holocaust. Hannah Arendt deed verslag van dit proces en schreef er later een boek over [1].

Eichmann organiseerde in 1942, als hoofd van de afdeling Joodse Zaken, in opdracht van zijn superieur de bijeenkomst die later bekend zou worden als de Wannseeconferentie. Hij was niet alleen organisator, maar ook notulist. Deze bijeenkomst van hooggeplaatste nazi-functionarissen was feitelijk een overleg van het projectteam dat belast was met de technische uitvoering van de zogenoemde definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk.

Tijdens deze vergadering werd in ruim een uur een efficiënt plan voor de gedwongen evacuatie en vernietiging uitgewerkt. De praktische uitvoering daarvan kwam vervolgens grotendeels op de schouders van Eichmann terecht.

 

Kwaad 2: Gedachteloos

Tijdens zijn proces in Jeruzalem maakte Eichmann niet de indruk van iemand die vanuit diepdoordachte kwaadaardigheid had gehandeld. Hij leek eerder een gewone ambtenaar die gedachteloos zijn werk had gedaan.

De sfeer tijdens de Wannseeconferentie maakt invoelbaar waarom hij nauwelijks kritisch op zijn handelen reflecteerde. Niemand twijfelde daar aan het bestaan van het Joodse vraagstuk. Ook de noodzaak van de definitieve oplossing ervan werd door alle aanwezigen als vanzelfsprekend beschouwd.

Wanneer onder leidinggevenden een dergelijke consensus bestaat, welke aanleiding heeft een individu dan nog om daartegenin te gaan?

 

Kwaad 3: Gewoon

We horen niet graag dat Eichmann in veel opzichten een gewone mens was. Dat betekent immers dat ook wijzelf tot vergelijkbare daden in staat kunnen zijn.

Het grootste deel van ons leven handelen we zonder voortdurend bewust na te denken. Zonder geautomatiseerd gedrag zou het dagelijks leven onmogelijk zijn. We kunnen immers niet over iedere handeling steeds opnieuw bewust nadenken. Juist daarom worden onze automatismen gevormd door de vanzelfsprekendheden van de sociale groep waartoe wij behoren en door de ideologie van de cultuur waarin wij leven. Een voorbeeld daarvan vinden we in Handelingen 17:32:

“Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen wederom hiervan horen.”

Paulus stelt hier een vanzelfsprekendheid van het Griekse denken ter discussie. Dat leidt niet tot kritische bezinning, maar tot hoongelach. Kritische zelfreflectie is dus niet vanzelfsprekend. Vaak nemen wij de overtuigingen van onze groep of cultuur over zonder deze werkelijk te onderzoeken.

Zo lijkt ook Eichmann nauwelijks in staat te zijn geweest zijn eigen handelen, gevormd door de nationaalsocialistische ideologie, kritisch te beoordelen.

Wij kunnen echter niet meer zeggen: wij hebben het niet geweten. Daarom blijft kritische reflectie op ons eigen handelen, gevormd door de ideologie van onze tijd, een vereiste.

אֶמֶת

Waarheid,

Gert Jan

 

[1] Hannah Arendt, Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil, rev. and enl. ed. (Harmondsworth: Penguin books, 1994), 112–114, 252, 287–288.

Titelfoto: Times, Villa Marlier, Mansion of the “Wannsee-Konferenz”, 2006, CC BY-SA 3.0.

Foto van Gert Jan

Gert Jan

In deze blog worden verschillende snoeren van mijn leven samengevlochten tot een enkel snoer.

2 reacties

  1. Dag Gert-Jan,
    Er zijn nieuwe studies verschenen over het leven van Eichmann. Daaruit blijkt dat hij tijdens zijn proces een rol speelde en blijkbaar zo goed dat zelfs Hannah Arendt daardoor op een verkeerd spoor is gezet. Uit geluidsmateriaal blijkt dat Eichmann tegen vrienden heeft gezegd dat er een ding is in zijn leven waarover hij spijt had en wel dat hij niet in staat is geweest om nog meer Joden te vermoorden. Eichmann handelde niet gedachteloos als een ambtenaar, maar vanuit een zeer diepgewortelde antisemitische houding. Dat hebben (gelukkig) maar weinig mensen.

  2. Beste Pieter
    Dank voor je interessante reactie.
    Ik neem aan dat je de volgende studie bedoeld:
    Stangneth, Bettina. Eichmann Before Jerusalem: The Unexamined Life of a Mass Murderer. Translated by Ruth Martin. New York: Vintage Books, 2015.
    Er zijn er inderdaad die op basis van dit werk stellen dat hiermee het concept van “the banality of evil” van tafel is.
    Er zijn echter anderen die dit bestrijden; zie: https://hac.bard.edu/amor-mundi/did-eichmann-think-2014-09-07.
    Voor mij is het een gegeven dat het menselijk is om (vaak) niet na te denken, maar reflex-matig en routine-matig te reageren.
    Dat maakt het leven mogelijk, maar het probleem daarbij is dat het doen van het kwaad ook een reflex, een routine kan worden. De vraag die ik mezelf al jaren stel n.a.v. dit concept van Hanna Arendt: bestaat er tegenover “the banality of evil” ook zo iets als “the banality of grace”? En zo ja, hoe ziet dit laatste er dan uit?
    Groet,
    Gert Jan

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht informatie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en ontvang een mailtje zodra er een nieuwe gedachte is gepubliceerd.