Titel:

Messiaanse hoop

Waarop mag ik hopen als ik naar de wereld om me heen kijk? Dit is één van de filosofische hoofdvragen.

 

Gezichtspunt 1: Zinnebeeldig

Deze vraag wil ik benaderen door te luisteren naar Handelingen 1:6–8 [1]:

“Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten? En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”

In de traditionele christelijke uitleg wordt de vraag van de discipelen geïnterpreteerd als aardsgericht. Zij zouden in hun denken nog te veel vastzitten in Joodse dromen van een aards vrederijk. Jezus zou in Zijn antwoord dit als te aards afwijzen. Bovendien zou deze vraag alleen gericht zijn op Israël, terwijl het Koninkrijk nu gestalte krijgt in de kerk.

Het gevolg van dit gezichtspunt is dat de hoop zinnebeeldig is geworden. Er is geen ruimte voor hoop voor de aarde en ook geen hoop voor het volk Israël. Welke hoop heb ik dan als ik naar deze wereld kijk? Deze wereld gaat voorbij en er is hoop voor mijn ziel als ik in Jezus Christus geloof. De hoop is daarbij losgemaakt van de tastbare werkelijkheid.

 

Gezichtspunt 2: Tastbaar

Maar is dit wel een verkeerde vraag van de discipelen? Uit het antwoord van Jezus blijkt daar niets van. Jezus gaat alleen in op de tijdsbepaling in de vraag. Hij zegt dat ze geen antwoord krijgen op de vraag hoe en wanneer het Koninkrijk aan Israël weer zal worden opgericht. Dat het zal gebeuren, staat in Jezus’ antwoord niet ter discussie.

Hij is immers de Zoon van David en Hij zal de troon van Zijn vader David ontvangen (Lukas 1:23). Daarmee zal Hij ook Koning zijn over Israël en daarmee over alle volkeren (Psalm 72). Jezus is de door God gezalfde Koning over de berg Sion en Hij regeert van daaruit over heel de wereld (Psalm 2). Deze aanspraak in Psalm 2 wordt tot op de dag van vandaag door de volkeren betwist. Dit is onverstandig, want verzet tegen deze Koning van Israël betekent ondergang. Daarom worden allen opgeroepen dit Koninkrijk te erkennen. Daartoe ontvangen de apostelen de Heilige Geest om het Koninkrijk te prediken vanaf Jeruzalem tot aan het uiterste van de aarde (Handelingen 28:31).

Hierbij is de hoop gebaseerd op het letterlijk nemen van de beloften van God. God is betrouwbaar en Hij doet wat Hij zegt. De hoop wordt hiermee tastbaar. Het gaat om tastbaar heil voor het volk Israël en daarmee voor de wereld. Zo mag ik hoop hebben voor de tastbare werkelijkheid.

אֶמֶת

Waarheid,

Gert Jan

 

[1] C.J. van de Boogert, “Herstel van het koningschap van Israël: Handelingen 1:6–8 in het licht van het werk van Lukas,” in: Hoop voor Israël: Perspectieven uit Handelingen, red. M.C. Mulder en A. Noordegraaf (Zoetermeer: Boekencentrum, 2007), 15–37.

Titelfoto: Deror_avi, King David’s Palace, City of David, Jerusalem, 2013, GNU Free Documentation License.

Foto van Gert Jan

Gert Jan

In deze blog worden verschillende snoeren van mijn leven samengevlochten tot een enkel snoer.

Eén reactie

  1. Amen. Mooi verwoord, en verschil aangeduid van christelijke hoop zonder en met Israel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht informatie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en ontvang een mailtje zodra er een nieuwe gedachte is gepubliceerd.