Wat is antisemitisme?
Antisemitisme is een sprookje: de wandelende Jood.
Standpunt 1: Onschadelijk
Ik ben verbijsterd over de antisemitische woorden die vandaag weer overal klinken. Je zou kunnen zeggen: “Woorden doen toch geen pijn?” Op die manier kun je een sprookje ook als onschadelijk afdoen. Kenbaar als een verhaal dat geen werkelijkheid is.
In deze benadering is er een beweging van werkelijkheid naar woord: de werkelijkheid wordt in woorden weergegeven.
Een voorbeeld is het woord van een getuige in de rechtszaal: zijn woord moet overeenkomen met de werkelijkheid om waarde te hebben.
In de moderne wetenschap geldt hetzelfde: een wetenschappelijk artikel moet gebaseerd zijn op empirische feiten; anders wordt het afgedaan als een sprookje.
Binnen deze beweging van werkelijkheid naar woord lijkt antisemitisme slechts een sprookje: een fantasieverhaal zonder grond in de werkelijkheid en daarom ogenschijnlijk onschadelijk.
Standpunt 2: Schadelijk
Maar er bestaat ook een tegenovergestelde beweging: het woord wordt werkelijkheid.
Een duidelijk voorbeeld is het bevel van een legercommandant: zijn woorden worden uitgevoerd en worden daarmee werkelijkheid.
Ook in de Bijbel werkt het Woord van God op deze manier (Psalm 33:9). Wanneer God spreekt, ontstaat de werkelijkheid (Genesis 1:3).
Een aangrijpend voorbeeld hiervan vinden we in Deuteronomium 28:64:
“En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde.”
Mozes spreekt deze vloek uit: als Israël ongehoorzaam wordt, zal dit woord werkelijkheid worden. En toen het volk inderdaad afweek, werd deze uitspraak realiteit (Nehemia 1:8). De tempel van Salomo werd verwoest, Jeruzalem viel, en het volk Israël werd verstrooid: de diaspora werd werkelijkheid.
Binnen deze beweging van woord naar werkelijkheid is antisemitisme géén onschuldig sprookje, maar een woord dat werkelijkheid schept. Daarom is het schadelijk.
Weging: Schadelijk
In zowel de empirische werkelijkheid als in het Woord van God blijkt: woorden gebeuren. Dat geldt ook voor het sprookje van de wandelende Jood [1].
Dat sprookje zegt, samengevat: Omdat de Joden Jezus Christus zouden hebben verworpen, moeten zij rusteloos over de wereld zwerven. Deze woorden zijn voor overheden door de eeuwen heen aanleiding geweest om Joodse gemeenschappen telkens weer te verdrijven.
Kaarten van historische woonplaatsen, met pijlen voor de vluchtwegen, tonen een pijnlijk beeld van die werkelijkheid. Ook al kan een Joodse gemeenschap soms een periode ergens in rust wonen, uiteindelijk verliezen de woorden hun kracht niet en moet men weer vluchten naar een nieuwe tijdelijke plaats.
Deze woorden worden vandaag nog steeds herhaaldelijk uitgesproken. Daarom ben ik verbijsterd, omdat ik weet dat ook deze woorden weer werkelijkheid zullen scheppen.
Antisemitisme is een sprookje, een sprookje waarvan de woorden de werkelijkheid vormen waarin Israël opnieuw geen rust krijgt.
הַתִּקְוָה
De Hoop,
Gert Jan
[1]. C.P. van Andel, Jodenhaat en jodenangst: Over meer dan twintig eeuwen antisemitisme (Amersfoort: De Horsting, 1983), 58–65.
Titelfoto: man zomer veld gras persoon road zonnige wandelen, 2017, CC0.





