Wat is mijn persoonlijke weg naar de geloofszekerheid? Omdat geloofszekerheid in mijn eigen kerkelijke context een belangrijk punt is, wil ik daar iets over delen.
Stip 1: Stilgezet
Als kind op de lagere school zeiden de kerkdiensten mij niets. Ze waren lang en leeg. Ik doodde de tijd door uit te rekenen hoeveel tijd ik nog moest zitten en hoeveel snoep ik nog had. Eigenlijk was ik toen al op weg om een kerkverlater te worden.
Dat veranderde in een ogenblik radicaal tijdens een kerkdienst. De predikant zei dat God in ieders leven een paar keer dichtbij komt en dat het dan de verantwoordelijkheid van de mens is om dat moment niet voorbij te laten gaan. We worden door een gebeurtenis door Hem stilgezet om op te schrikken en tot bezinning te komen: waar ben ik mee bezig?
Tijdens deze preek gebeurde het Woord: ik stond voor God. Ik besefte opeens dat God bestond en dat ik met Hem te maken had. Ik stond voor God die mij ter verantwoording riep. Ik zag mijn leven waarin God niet bestond. Onder Zijn blik zag ik in een flits mijn leven als bedekt met zonde. Die avond heb ik voor het eerst echt gebeden. Mijn leven was zonde.
Stip 2: Zonde
De periode daarna, vooral in mijn puberteit, werd gekenmerkt door een innerlijke ontwikkeling van gevoelens. Er waren twee bewegingen tegelijk in mijn innerlijk. In de eerste plaats werd ik steeds vertrouwder met God. Ik voelde mij in de HEERE geborgen en had het gevoel dat Hij mijn leven leidde. Op een gegeven moment begon ik, in navolging van het Onze Vader, Hem ook Vader te noemen.
In de tweede plaats was daar de zonde in mijn leven. Er was daarom voortdurend een gebed om bekering. Ik beleefde mijn zonde. Zonde voelde als een ongemakkelijk gevoel wanneer ik weer iets verkeerd had gedaan. Ik was daar verdrietig over en beleed mijn zonden in gebed. Maar de zonde bleef aanwezig.
Stip 3: Oordeel
Langzaam begon ik te beseffen dat zonde schuld is en dat schuld betaald moet worden. Zo werkt het in elke samenleving met een goede rechtspraak. Ik kon, net als ieder mens, niet leven met die schuld. Daarom probeerde ik zelf die schuld te betalen. Het probleem was dat door al dat getob mijn zonden mij steeds scherper voor de geest kwamen te staan, terwijl ik tegelijk steeds duidelijker zag dat ik geen antwoord had op die schuld. Dit was een angstige weg. Vanuit de kerk wist ik dat er een oplossing moest zijn en dat die iets met Jezus te maken moest hebben. Ik verlangde ernaar en hoopte erop, maar het bleef buiten mijn bereik. Ik liep hard aan tegen mijn machteloosheid.
Omdat ik mijn onbetaalde schuld steeds voor mij zag, trok ik uiteindelijk voor Gods aangezicht deze conclusie:
“Het zou rechtvaardig zijn als U mij verdoemde.”
Ik erkende niet alleen mijn schuld, maar ook het rechtvaardige oordeel van de hemelse Rechter over mijn zondige leven. Tegelijk bad ik, vanuit de hoop in mijn hart:
“Wees mij genadig.”
Ik accepteerde het oordeel over mijn leven en hoopte tegelijk op genade.
Stip 4: Zekerheid
Een paar dagen later heeft Jezus Zich aan mij geopenbaard met de woorden uit Johannes 6:44:
“Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke.”
In deze woorden bevestigde Hij mijn machteloosheid. Maar juist in deze machteloosheid werd er een deur geopend. Wat er in mij gebeurde was meer dan het horen van een Bijbeltekst over mijn machteloosheid. Het was een bovennatuurlijke openbaring van de Middelaar in mijn hart, gewerkt door de Heilige Geest door middel van dit Woord [1].
Het had dan ook een enorme invloed op mijn emoties: ik was overweldigd en opgetogen. Het is moeilijk te beschrijven wat er gebeurde toen alles openbrak en ik oog in oog stond met Hem Die ik tot dan toe niet op deze manier kende. Als ik nu terugkijk, lijkt het alsof ik vóór dat moment Jezus niet werkelijk kende en Hem daarna persoonlijk leerde kennen. Het was in ieder geval een verschil als tussen dag en nacht.
Eén ding stond vanaf dat moment vast: de fundamentele zekerheid dat mijn zonden vergeven waren. Ik sta zonder schuld voor God. Dit is een geestelijke zekerheid. Vanaf dat moment heb ik geloofszekerheid.
Evaluatie: Genade
Met deze getuigenis vertel ik de persoonlijke binnenkant van het verhaal, zoals ik dat ook heb gedaan bij de weg van Jezus, de weg van het volk Israël en de weg van de kerk. Al onze werken vallen onder het oordeel van God en die weg loopt dood, maar door Zijn genade is er hoop en gaat de weg toch verder.
הַתִּקְוָה
De Hoop,
Gert Jan
[1] Ds. C. Harinck, De bekering (Utrecht: Den Hertog, 1980), 158–164.
Titelfoto: Johannes Wünsch, ruin stairs leave destroyed broken dirty building factory, 2014, CC0 1.0.





