Hoe geloof ik midden in de duisternis? Dat is moeilijk voor de gelovige die in duisternis zit, maar het is niet minder moeilijk voor de christelijke gemeente om deze gelovige op een goede manier bij te staan.
Toon: Wijsheid
Spreken over duisternis in de ziel is taboe. Hiermee werd ik geconfronteerd toen ik de boodschap van Psalm 88 uitdroeg. Psalm 88 is geen populaire psalm, want de duisternis is bepalend in deze hele psalm [1]. Maar al past deze psalm niet in het moderne levensgevoel, gelukkig heeft Psalm 88 in Psalmen voor Nu ook een plaats gekregen.
Zelf vind ik het een heel troostvolle psalm. Omdat ik een van de weinige christenen ben die dat zo ervaart, wil ik iets over deze psalm vertellen. Het is een leerdicht, waarin de dichter Heman onderwijs wil geven over geloven midden in de duisternis (vers 1). Er is namelijk wijsheid nodig om midden in een depressie geen dwaze dingen te doen, of om als omstander geen dwaze dingen te zeggen.
Heman staat niet vanaf de zijlijn zijn wijsheid te roepen, maar hij geeft woorden die in de praktijk helpen om in de duisternis de weg niet kwijt te raken. In deze psalm geeft God zelf de woorden hoe Hij in een situatie van duisternis aangesproken wil worden (vers 2).
Woord 1: Pijn
De psalm begint met het uiten van innerlijke pijn (vers 3–9). Want ik ben een stap verwijderd van de dood en sta op het punt weg te glijden in het graf. De psalm geeft mij woorden om te bidden en te roepen passend bij mijn noodsituatie, en om te schreeuwen naar de God die mij dit aandoet (vers 7):
“Gij hebt mij in den ondersten kuil gelegd, in duisternissen, in diepten.”
Dat juist Hij mij in de duisternis opsluit, doet extra pijn, maar het betekent ook dat juist Hij mij eruit kan halen. God geeft mij de woorden om mij te uiten en mij vanuit de rauwe werkelijkheid met Hem te verbinden.
Woord 2: Geloof
De psalm vervolgt met een geloofsbelijdenis (vers 10–14). In de duisternis klinkt die geloofsbelijdenis op een rauwe manier. Ik stel de HEERE drie retorische vragen. Eigenlijk zijn het drie dringende argumenten om Hem te bewegen mij uit deze duisternis te redden.
Ik geloof dat Hij de HEERE is, die gezegd heeft: Ik ben erbij en Ik verbind Mijn Naam met jou. Als ik in de duisternis ten onder ga, verlies ik mijn leven, maar dan verliest Hij Zijn Naam. Wat zult U met Uw grote Naam doen als U mij niet verlost?
Woord 3: Verbinding
De psalm eindigt met het verbinden van de pijnlijke nood en het geloof in de HEERE (vers 15–19). In de kerkelijke praktijk staat deze verbinding onder spanning. Er zijn mensen die hun innerlijke pijn onder ogen zien en daarom niet meer in de God kunnen geloven die hun zoiets aandoet. Er zijn ook mensen die graag willen blijven geloven in een goede God en daarom die hevige pijn verdringen.
Deze psalm geeft echter het woordje waarom. Dit woord verbindt het geloof in de HEERE en de pijn van de duisternis met elkaar.
Woord 4: Heil
Er ligt ook nog een verrassing in deze psalm verborgen. In vers 2 gaat het ook over mijn heil. Vanuit het Hebreeuws ligt daar een verbinding naar mijn Heiland, naar mijn Jezus. Hij is erbij in deze psalm. Hij is in de duisternis. Hij blijft in God geloven en juist daarom schreeuwt Hij: waarom? (Mattheüs 27:46). Hij leeft mij voor hoe ik midden in de duisternis kan blijven geloven.
נֶחָמָה
Troost,
Gert Jan
[1] J. Hoek, “Psalm 88: Uitzichtloosheid?” in Moeilijke psalmen, red. A.G. Knevel, in vol. 12 van Theologische Verkenningen (Kampen: Kok Voorhoeve, 1992), 70–76.
Titelfoto: Luis Dalvan, Personen die hun handen opsteken, 2020, Pexels licentie.





