Wie is Jezus?
Spanning 1: God en mens
Ik stel deze vraag niet omdat ik catechisatieles wil geven, maar omdat ik de pijn van het menselijke denken naar boven wil halen. Jezus is God én mens, of zoals het staat in Johannes 1:14:
“En het Woord is vlees geworden.”
In deze paar woorden worden twee werelden met elkaar verbonden. Aan de ene kant wordt het Woord vereenzelvigd met de eeuwige God (Johannes 1:1–4). Hij is het Leven. Aan de andere kant is daar de vereenzelviging met het vlees. Daarmee wordt de tijdelijke mens bedoeld, die vergankelijk is en onder het oordeel van de dood staat. Dit roept voor het menselijke denken allerlei moeilijke vragen op. Hoe kan God tegelijk mens zijn? Hoe kan de eeuwigheid tegelijk tijdelijk zijn? Hoe kan het Leven tegelijk onderworpen zijn aan de dood?
Spanning 2: Onvermengd en ongescheiden
In de kerkgeschiedenis zijn over deze leer van de twee naturen de goddelijke en de menselijke natuur eindeloze woordenwisselingen gevoerd. Er zijn twee manieren om deze spanning tot een definitieve oplossing te brengen. De eerste is om de twee naturen te vermengen tot één nieuwe natuur. Daarmee wordt de spanning van de onverenigbaarheid opgelost in de eenheid van een nieuwe natuur. De tweede manier is om de twee naturen van elkaar te scheiden. De spanning wordt dan opgelost door recht te doen aan hun onverenigbaarheid en ze van elkaar los te maken.
De christelijke kerk heeft beide oplossingen afgewezen en het volgende beleden over deze twee naturen in de belijdenis van het Concilie van Chalcedon:
“In twee naturen onvermengd, onveranderd, ongedeeld, ongescheiden kenbaar”
De christelijke kerk heeft deze spanning dus niet willen oplossen en daarom beide definitieve oplossingen verworpen.
Spanning 3: Verheven en aanwezig
Een vergelijkbare spanning is voelbaar in de leer van God: God is tegelijk verheven en aanwezig. Hij is boven de wereld en tegelijk in de wereld [1]. God openbaart Zich zo in Zijn Naam: de Verhevene is de Aanwezige; zo is Hij de Verlosser.
Deze spanningen blijven echter pijn doen in mijn denken. Mijn gedachten worden heen en weer gedreven tussen de ene en de andere pool. Ik zoek een definitieve oplossing vanuit het verlangen dat mijn denken dan tot rust komt. Maar als ik krampachtig een definitieve oplossing afdwing, vindt mijn denken geen rust; dan verveel ik mij dood. Zoals Pascal samenvat:
“Onze natuur ligt in de beweging; volmaakte rust is de dood.”
Mijn denken is geen weg naar rust. Jezus is God en mens en zo is Hij de Verlosser en de Middelaar tussen God en mensen (1 Timotheüs 2:5). Hij is het verheven Woord, aanwezig in het vlees. Als ik in geloof tot Hem kom, geeft Hij mij rust (Mattheüs 11:28).
שַׁבָּת שָׁלוֹם
Goede Rustdag,
Gert Jan
[1] Dr. G. van den Brink, Oriëntatie in de filosofie (Zoetermeer: Boekencentrum, 2002), 83.
Titelfoto: Hamid Badar Osmany, Arius arius, 2016, CC BY 3.0.





