Titel:

Het volk en de volkeren

Wat is de verhouding tussen Israël en de kerk? Over deze vraag zijn al veel boeken geschreven. Deze vraag kan worden geherformuleerd in de keuze tussen één volk of twee volken van God [1].

 

Tegenstelling 1: Verbondsleer en bedelingenleer

De verbondsleer en de bedelingenleer zijn twee verschillende denkkaders om de verhouding tussen Israël en de kerk te beschrijven.

De verbondsleer gaat ervan uit dat de kerk bestaat vanaf Adam en zal bestaan tot de jongste dag. Het volk Israël in de oudtestamentische periode is dan een bepaalde vorm van de kerk, die voornamelijk uit Israëlieten bestond. In de nieuwtestamentische periode worden gelovigen uit de heidenen in groten getale lid van de kerk. Het volk van God bestaat dan uit zowel Joden als heidenen, maar blijft toch het ene volk van God. Volgens de verbondsleer is er dus maar één volk van God.

Volgens de bedelingenleer bestaat er echter een fundamenteel onderscheid tussen Israël en de Gemeente: het zijn twee volken van God met twee verschillende bestemmingen. Israël heeft een aardse bestemming en de Gemeente een hemelse.

 

Tegenstelling 2: Gemeente en volk

In mijn beleving wordt de beantwoording van deze vraag bemoeilijkt doordat ongelijksoortige zaken met elkaar worden vergeleken. Ik geef een voorbeeld: wat is de verhouding tussen een peer en een boom vol appels?

In mijn gedachten heb ik daarom eerst geprobeerd die ongelijksoortigheid eruit te halen. Een synagoge hoort bij het Joodse volk en een nationale kerk hoort bij één van de volkeren. Israël is een volk dat door de HEERE uit de volkeren is uitverkoren.

Daarom denk ik dat de vraag beter kan worden gesplitst in twee afzonderlijke vragen:

  1. Wat is de verhouding tussen synagoge en kerk?
  2. Wat is de verhouding tussen het volk Israël en de volkeren?

 

Tegenstelling 3: Middelaar en gemeenschap

Over de eerste vraag heb ik eerder iets gezegd in het kader van het schisma tussen synagoge en kerk. Over de tweede vraag wil ik iets zeggen aan de hand van de verwijzing naar het voorbeeld van de priester.

De priester is onderscheiden van het volk Israël om namens het volk het werk bij God te verrichten (Hebreeën 5:1). Tegelijk zijn priesters zelf ook Israëlieten en dus onderdeel van het volk. Juist door deze tweezijdigheid kan de priester zijn werk doen.

In het middelaarschap van Jezus is deze tweezijdigheid eveneens zichtbaar. Een vergelijkbare positie krijgt ook het volk Israël in Exodus 19:6:

“En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn.”

Het volk Israël is uitverkoren om middelaar te zijn ten behoeve van internationale gemeenschap. Het is de bedoeling dat Israël als priester de volkeren vertegenwoordigt bij God.

שָׁלוֹם

Vrede,

Gert Jan

 

[1] Willem J. Ouweneel, Israël en de Kerk, oftewel: Eén of twee volken van God? confrontatie van de verbondsleer en de bedelingenleer (Vaassen: Medema, 1991), 15–32.

Titelfoto: Damzow, Flags at the United Nations headquarters, 2006, CC BY-SA 3.0.

Foto van Gert Jan

Gert Jan

In deze blog worden verschillende snoeren van mijn leven samengevlochten tot een enkel snoer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht informatie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en ontvang een mailtje zodra er een nieuwe gedachte is gepubliceerd.