Titel:

Antisemitische hermeneutiek

Welke leesregels gebruikt de christelijke kerk voor Bijbelteksten over Israël? Ik liep tegen deze vraag over de hermeneutiek van de kerk aan toen ik in de Bijbel zocht naar de plaats van het Messiaanse volk.

 

Uitleg 1: Achtergrond

In de houding van de christelijke kerk ten opzichte van het volk Israël speelt het schisma van synagoge en kerk een belangrijke rol. Hierdoor ontstond er in de kerk een negatieve houding tegenover het volk Israël. Deze negatieve houding misvormde ook het lezen van de Bijbel wat betreft het volk Israël.

 

Uitleg 2: Regels

De gehanteerde hermeneutiek voor het interpreteren van de Bijbel kan worden samengevat in de volgende leesregels [1]:

  1. De vloeken voor het aardse volk Israël en de zegen voor het geestelijke volk van God, de kerk.
  2. Het Oude Testament (het Hebreeuwse deel van de Bijbel) is verouderd en opgevolgd door het Nieuwe Testament (het Griekse deel van de Bijbel).

In de uitleg volgens de eerste regel worden de teksten op schizofrene wijze geïnterpreteerd: de positieve teksten zijn voor de kerk en de negatieve voor Israël; Israël draagt de vloek en de kerk de zegen.

Vervolgens is 2 Korinthe 3:14 een tekst waarop regel 2 wordt gebaseerd:

“Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.”

Daarbij wordt de omschrijving voor de wet van Mozes ook van toepassing verklaard op alle Hebreeuwse geschriften van de Bijbel. Tegelijk wordt op basis van het verouderd zijn van het oude verbond in Hebreeën 8:13 geconcludeerd dat het Hebreeuwse deel van de Bijbel verouderd is. Hiermee behoren ook het volk Israël, met daarmee samenhangend de wet, de tempel, het land en het koninkrijk, tot het verleden dat heeft afgedaan. De kerk van het nieuwe verbond is daarvoor in de plaats gekomen.

 

Uitleg 3: Ervaring

Deze antisemitische hermeneutiek roept bij mij gevoelens van afkeer op. Regelmatig, als ik zoek wat de Bijbel zegt over een aan Israël verbonden thema, loop ik ertegenaan. In bijna alle verklaringen worden bovengenoemde leesregels wel ergens toegepast. Het zit namelijk zo diep in de christelijke genen dat ook niet-antisemitische uitleggers deze leesregels reflexmatig toepassen in hun interpretatie. Ik vind dit gevaarlijk, want onbedoelde antisemitische woorden roepen onbedoelde antisemitische daden op. Omdat ik dit christelijk antisemitisme in de uitleg ben gaan herkennen, zie ik het regelmatig in exegeses terugkomen. Gelukkig wordt er nu gezocht naar manieren om deze antisemitische hermeneutiek te vervangen door leesregels waarin het bestaan van Israël wordt erkend.

אֶמֶת

Waarheid,

Gert Jan

 

[1] Baroech Maoz, Vervolg en vernieuwing: een joods-christelijke visie op het evangelie in oud en nieuwe verbond, red. R. ter Beek (Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1992), 58–65.

Titelfoto: Posi66, Judensau an der Stadtkirche Wittenberg, 2017, CC BY-SA 4.0.

Foto van Gert Jan

Gert Jan

In deze blog worden verschillende snoeren van mijn leven samengevlochten tot een enkel snoer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht informatie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en ontvang een mailtje zodra er een nieuwe gedachte is gepubliceerd.