Hoe legt Jezus de Schrift uit? We leren van goede voorbeelden en Jezus is ook hiervoor het beste voorbeeld [1].
Uitleg 1: Gezag
Als we de Bijbel beschouwen als woorden van mensen, dan heeft hij voor ons een ander gezag dan wanneer we de Schrift zien als het Woord van God. De Schrift geeft zelf een criterium om te bepalen of we bij het spreken van een prediker te maken hebben met het woord van een mens of met het Woord van God (Deuteronomium 18:22): het woord van God gebeurt en als het woord niet komt, is het een mensenwoord. Jezus zegt dat de Schriften tot in het kleinste detail zullen worden vervuld (Mattheüs 5:17–18). Hieruit blijkt dat voor Hem de Schrift het Woord van God is, want alleen God heeft de macht om in alles te doen wat Hij zegt. Jezus gebruikt daarom het Woord als het einde van alle tegenspraak (Johannes 10:35). In Zijn uitleg heeft de Schrift voor Jezus het hoogste gezag.
Uitleg 2: Gebeurtenis
Als we de Bijbel beschouwen als een verhalenboek, heeft hij een ander gezag dan wanneer we de Schrift zien als Gods handelen in de geschiedenis. Om hier iets over te zeggen, wil ik me richten op de zogenoemde actuele pesjer-uitleg van de Schrift. De betekenis van een Schriftwoord wordt in deze vorm van uitleg duidelijk door een actuele situatie. God is namelijk betrouwbaar en daarom doet Hij wat Hij zegt (Numeri 23:19; 2 Kronieken 6:15). Gods Woord en Gods daad horen bij elkaar. Het Woord wordt vervuld en de gebeurtenis is op deze manier de uitleg van de tekst. Zo legt Jezus ook de Schrift uit (Jesaja 61:1–2; Lukas 4:18–21). In de Messias gebeurt het Woord in de geschiedenis (Johannes 1:14). Met Zijn presentie wordt de betekenis van de tekst duidelijk: Jezus’ leven is uitleg van de Schrift.
Uitleg 3: Gehoorzaamheid
Als we de Bijbel beschouwen als een inspiratiebron, heeft hij een ander gezag dan wanneer we de Schrift horen om te gehoorzamen. God is betrouwbaar en Hij vraagt van de verbondspartner dezelfde trouw. Het horen van het Woord van God en het doen van het Woord zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden (Exodus 15:25; Jakobus 1:22). Jezus legt ook de Schrift uit als Hij de verleiding van de duivel afwijst en de bedoeling van het Woord van God laat zien door te gehoorzamen (Mattheüs 4:3–10). Een uitleg van de Schrift is niet alleen het weergeven van de inhoud van de woorden, maar het is ook het doen van die woorden. Horen en niet doen is namelijk dwaas (Mattheüs 7:24–27). Jezus legt de Schrift uit door te gehoorzamen.
Uitleg 4: Ongehoorzaamheid
Als we onze denkwijze onze uitleg laten bepalen, heeft de Bijbel een ander gezag dan wanneer we onze denkwijze laten bekritiseren door de Schrift. Jezus verwijt de theologen in Zijn tijd dat ze het Woord van God buiten werking hebben gezet door menselijke overleveringen (Markus 7:1–13). Door deze uitlegmethode kunnen ze het Woord van God horen zonder het te doen. Is echter de consequentie van deze ongehoorzaamheid dat het Woord van God niet vervuld wordt? Jezus legt met Jesaja 6:9–10 uit dat in deze gebeurtenis het Woord van God toch vervuld wordt (Mattheüs 13:14):
“En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken.”
Jezus legt uit dat de Schrift ook wordt vervuld in de ongehoorzaamheid van de hoorders.
אֶמֶת
Waarheid,
Gert Jan
[1] Dick de Vos, Jezus is de beste uitlegger van het Oude Verbond : Dr. Ph. S. van Ronkel en de citaten uit het Oude in het Nieuwe Testament (Kampen: Kok, 2007), 369–479.
Titelfoto: bethness, yad, 2011, CC BY 2.0.





