Titel:

Hoop van de schepping

Waarom doet God niets aan het lijden in deze wereld?

 

Pijn 1: Woede

Deze vraag komt voort uit een geïrriteerd hart. De schepping doet pijn aan de ogen. En God lijkt er niets aan te doen en het maar te laten gebeuren. Als ik al die ellende zie, waar is dan die goede God?

Deze woede leeft ook in mijn hart. In mijn hart speelt de kerkpijn. Als ik heel het kerkelijk gebeuren zie, helpt dat me ook niet om in een goede God te geloven. God lijkt eerder afwezig.

Met deze op God gerichte woede in mijn hart liep ik door het park. En daar stond ik opeens oog in oog met een grote, prachtige, roze struik. Die stelde mij een vraag: dus jij denkt dat God niet goed is? Deze heester was een prachtige schepping die onmogelijk gemaakt kon zijn door een kwaadaardige God. Ik had daar niet van terug en tegelijk bleef ik zitten met de pijn van mijn hart.

 

Pijn 2: Weeën

Het is diezelfde schepping die ook hierin onderwijs kan geven. In Romeinen 8:20–22 spreekt de apostel Paulus daarover [1]:

“Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.”

De schepping lijdt onder de strijd die wij tegen God zijn begonnen. De goede Rechter heeft een oordeel over ons geveld en daarom is de schepping onderworpen aan de vloek, de ijdelheid (Genesis 3:17). God heeft ons leven krom gemaakt en we moeten met woede in het hart erkennen dat ons verzet tegen God ons geen definitieve oplossing van het kromme oplevert.

De schepping geeft ons echter het goede voorbeeld van hoe het wel moet. De schepping is onderworpen aan het oordeel. Daarom zucht de schepping van pijn. Maar voor haar zijn deze pijnen barensweeën. Zo koestert zij de hoop op de verlossing.

 

Pijn 3: Overgave

Dit voorbeeld van de schepping stelt mij de vraag: wat doe jij met het lijden in deze wereld? Er wordt van mij een antwoord verwacht.

Dit lijden is het oordeel van God over mijn verzet, over ons verzet. God vraagt nu om Hem als de goede Rechter te erkennen en me te onderwerpen aan deze vloek. Dat vraagt van mij het verzet te staken en me aan Hem over te geven.

Door het ontvangen van de gave van de Heilige Geest zucht ook ik mee in het geheel van de zuchtende schepping (Romeinen 8:23). Dan zal ik deze pijnen ook zien als barensweeën, als tekenen van hoop.

Als ik me overgeef door het oordeel te aanvaarden en tegelijk hoop te hebben op verlossing, zal dat in mijn gedrag te zien zijn (Prediker 12:13,14): God erkennen als de goede Rechter en daarom leven volgens Zijn geboden. Daarom lijkt het alsof God niets doet: Hij wacht op ons antwoord op het lijden in deze wereld.

הָאוֹר

Het Licht,

Gert Jan

 

 

[1] John Duncan, “The Hope of Creation: The Significance of ἐφ’ ἑλπίδι (Romans 8:20c) in Context,” New Testament Studies 61 (2015): 411–427.

Titelfoto: pisauikan, Drought Dry Mud Green Plant, CC0.

Foto van Gert Jan

Gert Jan

In deze blog worden verschillende snoeren van mijn leven samengevlochten tot een enkel snoer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht informatie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en ontvang een mailtje zodra er een nieuwe gedachte is gepubliceerd.