Wat is het doel van de Thora? Ik stel deze vraag naar de betekenis van de wet die de HEERE aan Israël heeft gegeven als een deelvraag naar het doel van het bestaan van Israël.
Doel 1: Priesterdienst
De vraag naar het doel van Israël is een ingewikkelde vraag. Er zijn er die helemaal geen doel zien, maar Israël als een ramp beoordelen en daarom schreeuwen om een definitieve oplossing voor dit vraagstuk.
De vraag naar het doel van Israël is ook een veelomvattende vraag. Ik heb eerder al geschreven over het doel van de staat Israël en over het doel van het volk Israël naar de volken. Bij dit laatste heb ik al aangehaald hoe Israël als een volk een priester moet zijn voor de volkeren (Exodus 19:6).
Om deze dienst van priester te kunnen vervullen, moet Israël onderricht ontvangen; met dat doel gaf de HEERE Israël de wet, de Thora, dat letterlijk onderricht betekent [1].
Doel 2: Heiliging
Israël is een heilig volk, wat betekent dat het door de HEERE voor deze priesterdienst van de volkeren is afgezonderd. Tegelijk moet het zich als priester helemaal toewijden aan de HEERE. Dit laatste is samengevat in de volgende opdracht (Leviticus 19:2):
“Gij zult heilig zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig!”
De HEERE is heilig. Dit betekent dat Hij verheven is boven alles. Hij is de Andere, Die met niets gelijkgeschakeld mag worden. Daarnaast is Hij vrij en ongebonden tot zuivere daden om aanwezig te zijn onder de volkeren.
Omdat de HEERE zo is, moet Israël ook zo zijn; al de wetten in de vijf boeken van Mozes hebben tot doel het volk Israël hiertoe te vormen. In de godsdienstige wetten wordt door middel van rituele handelingen het heilige in het innerlijk van het volk verankerd. In de ethische wetten wordt Israël moreel gevormd tot een heilig volk in woord en daad.
Doel 3: Afwending
De wet heeft een negatieve zijde. Het onreine moet afgewassen worden (Leviticus 14:9). Vuiligheid moet buiten de plaats gebracht worden (Deuteronomium 23:12,13). Het kwaad moet worden weggedaan (Deuteronomium 17:12). De misdaad moet worden uitgeroeid (Leviticus 20:18).
Door dit onderricht moet Israël leren om het onheilige af te leggen en uit te bannen. Het mag er niet zijn, omdat de HEERE, de Heilige, aanwezig is.
Doel 4: Toewijding
De wet heeft ook een positieve zijde. Uit de bovengenoemde opdracht is dit duidelijk: lijken op God. God heeft Zich aan Mozes geopenbaard met 13 eigenschappen (Exodus 34:6,7); deze geven een beeld van Gods heiligheid.
God is liefde en deze liefde is een voorbeeld voor de liefde die het volk moet tonen (Deuteronomium 10:18,19). Jezus wijst in Zijn uitleg van de wet ook op het voorbeeld van de hemelse Vader dat nagevolgd moet worden (Mattheüs 5:43–48).
Het doel van de wet is het op de hemelse Vader gaan lijken en het is de roeping van Israël de volkeren daarin een voorbeeld te zijn.
קָדוֹשׁ
Heilig,
Gert Jan
[1] Isidore Epstein, Het Jodendom; Joodse godsdienst in historisch perspectief, 3e druk, vert. David Gaillard (Utrecht: Het Spectrum, 2000), 20–32.
Titelfoto: Roger Veringmeier, Nieuwe Synagoge (Nijmegen), Tien geboden in Hebreeuws, 2018, CC BY-SA 4.0.





