Hoe behoud ik hoop in de pijn?
Pijn 1: Voelen
Op een gegeven moment werd ik zo moe van mezelf. Ik heb pas nog geschreven over vervreemding en over eenzaamheid. Elke keer dacht ik dat dit het laatste woord was over mijn pijn. Maar de slinger van de klok bleef heen en weer gaan tussen pijn en hoop. Kwam er dan nooit een eind aan?
Opeens zag ik het. Ik ben een gevoelig mens en beleef de dingen intens. Juist door hoop in mijn hart beleef ik de pijn intenser van wat er omgaat in de kleine en grote wereld.
Juist door de hoop voel ik des te sterker: ik ben nog niet thuis, wij zijn nog niet thuis, de kerk is nog niet thuis, Israël is nog niet thuis en de schepping zucht.
Juist door hoop doet alles pijn. Ik kan dat niet altijd goed hanteren. In Spreuken 13:12 staat daarover een treffend woord:
“De uitgestelde hoop krenkt het hart;”
De hoop doet pijn en diep in mijn hart is er de schreeuw: hoe lang (Psalm 13)?
Pijn 2: Willen
Tegenslag is voor mij meestal geen probleem als ik weet wat ik vervolgens moet doen. In mij is de wil om de klus te klaren. Ik liep in de praktijk heel hard op tegen een muur van machteloosheid.
In deze wereld staat alles van Zijn plek en daarom ben ik met name in sociaal opzicht niet bij machte mijn eigen plaats te vinden. Dit leidde tot verzet: ik wil deze pijn niet.
Deze pijn is echter het gevolg van het oordeel van de goede Rechter over mijn schuld, over onze schuld. Net zo goed als ik machteloos ben om mijn schuld te betalen, ben ik ook machteloos om mijn leven te laten kloppen.
Machteloosheid kruisigt mijn wilskracht en maakt me zwak [1]. Juist voor deze machtelozen is er hoop (Jesaja 57:10). Want de almachtige God zorgt ervoor dat voor hen de hoop wordt vervuld. Juist omdat ik machteloos ben, brengt de pijn me bij de hoop.
Pijn 3: Denken
Ik kan veel dragen als ik het maar begrijp. Maar Gods werk beweegt Zich tussen polen. Het is voor een menselijk brein ondoenlijk om twee dingen tegelijk te denken. Daarom denken we in onze maatschappij maar aan één ding: die pijn moet opgelost worden.
Daarom hebben we allerlei middelen om die pijn niet te hoeven voelen. Maar de pijn en de hoop zijn polen die bij elkaar horen. Juist door de pijn begrijp ik de hoop en door de hoop begrijp ik de pijn.
Juist in de ruïne van mijn leven zie ik de hoop. De slinger van de klok zal heen en weer blijven gaan. Daardoor behoud ik de hoop door de pijn.
נֶחָמָה
Troost,
Gert Jan
[1] Willem J. Ouweneel, Geestelijke groei (Vaassen: Medema, 1997), 133–134.
Titelfoto: Evening background, heart shaped sun, CC0.





